Ons uniform

Ons uniform bestaat uit een kaki blouse met daar op de insignes( zie fig1), een paars driehoekige das
(een geruite driehoekige das voor staf leden) en een zwarte baret of cap met Bospatrouille teken.

Afbeelding 11

1 – Groepskoord.

Het groeps koord geeft mede aan in welke groep het lid behoord. Elke groep heeft z’n eigen kleur:
Groep 1 = blauw
Groep 2 = rood
Groep 3 = groen
Groep 4 = zwart
Rangersgroep = paars
Staf = orange

2 – Paarse das.

De paarse das is een belangrijk kernmerk van ons uniform.
Naast de paarse das voor de leden is er voor de staf leden een geruite das.
terug

3 – Onderscheidingstekens op de schouder.

De onderscheidingstekens op de schouder geven aan welke functie het lid heeft binnen de bospatrouille.
Eén rood streepje zonder ondergrond. Dit heeft elk lid van de club.
Eén rood streepje met groene ondergrond. Dit heeft elke assistent leider van een groep.
Twee rode streepjes met groene ondergrond. Dit heeft elke leider van een groep.
Een rode streep met een bruine ondergrond. Dit heeft elk lid van de staf ondersteunings groep.
Twee roode streepjes met een bruine ondergrond. Dit heeft elk lid van de staf ondersteuningsgroep met de eis Patrouille Verkenner.
Een rode streep met zwarte ondergrond. Dit heeft elke afdelingsleider en bijzondere stafleden.
Twee rode streepjes met zwarte ondergrond. Dit heeft de tweede patrouille leider van de club.
Drie rode streepjes met zwarte ondergrond. Dit heeft de patrouille leider van de club.

4 – Panter Leder.

Het panter leder is één van onze eisen, deze eisen bestaan uit een elf tal vaardigheden.

1. Kruiptouw over met een tent en touwentas.
Kruipen over een kruiptouw met een opgerolde tent en een touwentas.
2. Sluipgang met tent en touwentas min. 15m.
Sluipen over een afstand van 15 meter met opgerolde tent en een touwentas.
3. Sluipen door geobserveerd gebied.
Sluipen door een bepaald gebied dat word bewaakt door personen, en dan proberen er ongezien door heen te komen.
4. IJssel over met pontonboot.
De rivier de IJssel oversteken met een houten frame met daarom heen een stevig stuk zeildoek.
5. Oven kunnen maken.
Een primitieve oven kunnen maken van een oude munitiekist of tegels.
6. Vuurkuil kunnen maken.
Een vuurkuil in een zand/klei wal kunnen maken om op te kunnen koken.
7. Dropping 15km + overnachting max 4 man.
Een dropping met maximaal 4 personen met een overnachting in het bos.
8. Touwklimmen met touwentas 5m beveiligd.
Touwklimmen met touwentas 5 meter hoog met een beveiligingslijn aan de touwklimmer.
9. Route afleggen met touwentas 2km in max 15min.
Een vaste route van 2 kilometer afleggen met touwentas in maximaal 15 minuten.
10. Drijfpakket bouwen voor 1pers uitrusting.
Een drijfpakket bouwen voor een uitrusting van 1 persoon om een brede sloot met een droge uitrusting over te kunnen steken.
11. Dropping s’avonds max 4 man met tijdslimiet.
Een dropping met maximaal 4 man met een vast gestelde tijd van binnen komst.

5. TD’er.

TDer is een technische eis.

Wet van ohm kennen en kunnen toepassen.
Schema’s van veldtelefoons en centrale kunnen uitleggen.
Schakeling kunnen maken volgens tekening.
WS3 en WS3-junior kunnen aansluisten.
Werking kennen van telefoon-kooolmicrofoon.
Diverse zenders en ontvangers op test plank kunnen maken.

6. Voortrekker.

Voortrekker is de eis van de pionier, de persoon voor het bouwen van touw activiteiten.

1. Touwknopen: Werpankersteek, voersteek, schootsteek en glijdende lus.
Het goed beheersen van deze knopen.
2. Touwbrug maken.
Het maken en beheren van een touwbrug.
3. Pontonbrug maken.
Het maken en beheren van een pontonbrug.
4. Kabelbaan maken.
Het maken en beheren van een kabelbaan.
5. Indianenbrug bouwen.
Het maken en beheren van een indianenbrug.
6. Vlot met banden maken.
Het maken van een goed drijvend vlot van banden en planken.
7. Schuilhut bouwen en in overnachten.
Het maken van een schuil onderkomen voor een nacht.
8. Test maken “veiligheid touwen”
Het maken van een test over de veiligheid van het gebruik van de touwen.
9. Afdaal-klim punt kunnen inrichten.
Het maken en beheren van een afdaal-klim punt.

7. 1ste Verkenner.

1ste Verkenner deze eis is de opvolger van de 2de verkenner.

1. 2de Verkenner.
Het volledig behalen van de eis 2de Verkenner.
2. Hoogte en Breedte schatting.
Het bepalen van een hoogte en breedte schatting volgens geleerde methode.
3. Oriëntatie op het noorden.
Het bepalen van het noorden door middel van de sterren(avonds) en het horloge(overdag).
4. Omgaan met kaart en kompas.
Het bepalen van het noorden met kompas en het lopen van kompas koersen.
De kaart kunnen lezen en bepalen waar men zich bevind op de kaart.
5. Alleen spoor uit zetten.
De geleerde spoortekens van 2de Verkenner toepassen in een route.
6. Overnachting buiten de bebouwdekom 2 man.
Het overnachter met twee man buiten de bebouwdekom.
7. Touwknopen: Broek / Acht / dubbele acht / Touwbezetting / Trompetsteek.
Het goed beheersen van deze knopen.
8. Brandnetel en weegbree herkennen.
Het kunnen herkennen van de Brandnetel en Weegbree en hun eigenschappen weten.

8. 2de Verkenner.

1. Touwknopen: Platte knoop / Mastworp.
Het goed beheersen van deze knopen.
2. Spoortekens kennen.
Het kunnen herkennen van de bospatrouille spoortekens.
3. Sporen herkennen: Wild zwijn / Hert / Ree / Konijn.
De afdrukken van de dieren kunnen herkennen.
4. Boomsoorten: Den / Spar / Lariks / Erik / Beuk / Berk.
Het kunnen beschrijven en herkennen van de bomen.
5. Veiligheidsvoorschriften mes kennen.
Het goed kunnen aan geven van een zakmes en de gevaren kennen.
6. Tent opzetten en opbergen.
Het goed kunnen op zetten van een pub-tent en weer kunnen opbergen.
7. Beschrijving van bosdier of boom of plant.
Een opstel maken van een bosdier of boom of plant.
8. Verkenningsopdracht met 2 man, met beschrijving van het doel.
Het uitvoeren van een opdracht met twee man en een beschrijving van doel kunnen weergeven.
9. Sluipgang kennen: Robbegang / Tijgersluip.
Het kunnen beheersen van deze sluipgangen.

9. Sherpa.

Kaart en kompas cursus.

1. Uitgebreide kaart kennis.
Het goed kunnen lezen van een kaart.
2. Diverse Oriëntaties op het noorden.
Het goed beheersen van oriëntaties op het noorden.
3. Omgaan met kaarthoekmeter.
Het goed kunnen omgaan met een kaarthoekmeter (bepalen van coördinaten).
4. Diverse methodes afstandmeten.
Het kunnen bepalen van afstanden op de kaarten met verschillende hulpmiddelen.
5. Kaart/Kompaskoers kunnen uitzetten.
Het kunnen uitzetten van een kaart/kompas route.
6. Kaartmagnetische hoek berekenen en toepassen.
Het kunnen bereken van de kaart magnetischehoek.
7. Omreken van Kaartkoers naar Kompaskoers en andersom.
Het kunnen omreken van kaartkoers naar kompaskoers en andersom.
8. Eigen positie d.m.v. achterwaartse insnijding.
Het kunnen bepalen van de positie op de kaart doormiddel van achterwaardse insnijding.
9. Bepalen positie m.b.v. voorwaartse insnijding.
Het kunnen bepalen van de positie op de kaart doormiddel van voorwaardse insnijding.

10. Bospatrouille Vaarbewijs.

Cursus voor het omgaan van boot en de regels van het varen.

Het maken van een test over regels op het water.
Uitleg over de werking en het bedienen van de buitenbord motoren.
Het omgaan en beheren van een rubberboot.

11. Groepsdier.

Alle groeps emblemen zijn door de bospatrouille zelf ontworpen en gemaakt door leden of ouders van leden.

Groep1: De Vos
Staf: Afdeling 1 Leider.
Groep 2: Het Hert
Staf: Afdeling 2 Leider.
Groep 3: De Eenkhoorn.
Staf: Assistent Leider en Leider van de club.
Groep 4: Het Zwijn.
Staf: Leider Ranger groep.
Staf: Hoofd Technische Dienst (TD)
Buffelgroep: De Buffel.

12. Patrouilleverkenner.

1. 1ste + 2de Verkenner.
Het volledig behalen van de eis 1ste en 2de Verkenner.
2. Simpele eerste hulp.
Het kunnen verrichten van simpele eerste hulp zoals: verbandjes aanleggen of het schaats verband kunnen maken enz.
3. Warme maaltijd bereiden.
Een warme maaltijd kunnen bereiden bestaande uit aardappels, groente en vlees.
4. Boomsoorten en struiken herkennen: Wilde- / Tamme kastanje / rododendron / bosbessen.
Het kunnen beschrijven en herkennen van de bomen en de struiken.
5. Kamphygiene.
Het kunnen uitleggen en uitvoeren van kamphygiene.
6. Situatie schets maken.
Het kunnen schetsen van de omgeving op papier met specifieke eigenschappen van die omgeving.
7. Route kaart maken en volgen.
Het kunnen maken van een route en het kunnen volgen van een gemaakte route..
8. Vossejacht met zender.
Het kunnen vinden van de vos met behulp van een peilzender.
9. Groep gedurende een middag leiden.
Het kunnen leiden van een groep jongens de gehele middag.
10. Voettocht van 8 km maken en daarna de route kunnen beschrijven.
Het maken van een voettocht van 8 km en daarna de route op papier kunnen beschrijven met specifieke punten van de route.
11. Fietstocht van 40 km maken met overnachting.
Het maken van een fiets tocht van 40 km en een overnaching maken buiten de bebouwde kom en dit maximaal met 4 man.